Het verleden
Het huisorgel ging zo omstreeks 1450 al de geschiedenis in. Op de prent van Jan van Eyck en Hugo van der Goes (afbeelding rechts) zien we duidelijk een bespeler aan het klavier, terwijl de balgen aan de achterzijde van het orgel door de treder bediend worden. Vanuit deze periode gaat zich het instrument verder ontwikkelen; vooral de verbinding van toets naar speelventiel werd gaandeweg verbeterd. Ook wenste de bespeler en toehoorder meerdere stemmen tegelijk en afzonderlijk te laten aanspreken; dit resulteerde in de toepassing van de sleeplade met hun registers. Alle stemmen kunnen dan naar believen aan- of afgezet worden. Dit mechanische sleepladesysteem werd hoofdzakelijk toegepast in de bloeitijd (1750-1850) van de huisorgelbouw, van kleine verplaatsbare (portatief) tot grote huisorgels met een zelfstandige vormgeving.
Schilderij door
| Orgel-Positief,
|


